Een pakket felicitaties krijgt de gemeente Oosterbroek,
thans Menterwolde, als begin jaren negentig de deal rondkomt
met Gerrit van der Valk. Hij zal een miljoenencomplex bouwen
in het lege land van Noordoost-Groningen, aan de A 7:
restaurant, evenementenhal, motel, congreszalen, golfbaan,
sporthal, wedstrijdbad.
Het was een stevige lobby. Burgemeester G. Hut van
Oosterbroek stuurt al op 19 maart 1990 een kattebel naar het
hoofdkwartier van Van der Valk in Nuland. Denk eens aan ons,
staat erin. Als 'ome' Gerrit interesse toont, biedt de
burgemeester aan mee te betalen. Brief van 21 mei: 'De
gemeente zou daarbij tot een nader te bepalen bedrag als
mede-investeerder kunnen optreden.'
Vijf miljoen gulden brengt Hut in stelling. Het terrein
langs de snelweg kan 'om niet' aan Van der Valk worden
overgedaan, en de gemeente zal de sporthal betalen plus het
subtropisch zwembad. Oosterbroek ziet groot voordeel: het
bestaande zwembad maakt verlies en de gymzaal is klein en oud
- mooie kans om de inwoners te trakteren op uitstekende
voorzieningen. Om van werkgelegenheid en PR voor de regio nog
maar te zwijgen.
Ome Gerrit, zoals hij zelfs in officiële stukken wordt
genoemd, hapt toe. De plannen zijn mooier 'dan dat de gemeente
had kunnen dromen', meldt secretaris K. Nieland de
gemeenteraad. Het college van B en W krijgt een rondleiding
door het hart van het Toekan-imperium, 'de excursie zal voor
rekening van het Van der Valk-concern geschieden', schrijft
Nieland.
Over de discutabele reputatie van het bedrijf geen woord.
Als later veroordeling van Gerrit van der Valk dreigt wegens
belastingfraude, is er slechts angst dat het de bouw bij
Zuidbroek in de war zal schoppen. Opgelucht constateren lokale
kranten het tegendeel.
Ontwerper van het complex bij Zuidbroek is architect Spoor,
die ook tekende voor hotel Tiel. Aannemingsbedrijf De Valk zal
bouwen. Het aanvragen van de bouwvergunning, op 9 december
1992, gaat niet volgens de regels. Technische gegevens over
fundering, vloer en staalconstructie ontbreken, net als de
sterkteberekeningen. Toch meent burgemeester Hut 'de
bouwaanvraag in behandeling te moeten nemen, mede om de
voortgang van de bouwwerkzaamheden niet te belemmeren' (brief
van 22 december).
Idem bij de aanvraag van de tweede bouwvergunning, voor het
motel, in oktober 1995. Bouw- en woningtoezicht waarschuwt: de
plannen voldoen niet aan het bouwbesluit en de
welstandscommissie maakt bezwaar. Aldus moet de aanvraag
'formeel gezien geweigerd worden', adviseert P.C.H. Bakker op
20 november. Hij ziet in dat de gemeente anders zal beslissen.
'Juridisch is dit niet correct.'
Een dag later zijn de papieren rond. In de jaren die
volgen, toont uitbater Martin van der Valk zich een meester in
tijdrekken en het omzeilen van regels. Een milieuvergunning
voor het zwembad wordt niet aangevraagd, opslag van gevaarlijk
afval en chloor wordt niet geregistreerd en in de stookruimte
wordt beddengoed bewaard, schrijft milieuambtenaar H. Swiersma
in oktober 2000. Controle op legionella blijft uit. Het
terrein is deels veranderd in een stortplaats voor sloopafval
en autowrakken; in de sloot ligt een koelkast weg te rotten.
Pas als de gemeente dreigt met boetes, volgt actie.
De brandweer waarschuwt al in 1994 dat de gebouwen onveilig
zijn en blusmogelijkheden ontberen. Vlak voor de oplevering,
in april 1995, brandt het sportcentrum af. Dat maakt geen
indruk. Commandant H. Huizing blijft hameren op verbetering:
'Mede gelet op de bouwwijze', schrijft hij op 6 maart 1998,
'zal een kleine brand leiden tot een totale vernietiging van
het gehele complex.' Brief van 1 november 2000 aan Van der
Valk: 'Dit betekent, dat de brandweer eerst te laat met een
reddingsactie kan beginnen, waardoor vele slachtoffers niet
uitgesloten moet worden.'
Nog steeds heeft Van der Valk Zuidbroek geen
gebruikersvergunning. Inmiddels is de blusinstallatie zeven
keer afgekeurd, binnenkort volgt test acht. De gemeente dreigt
al enige tijd met een boete van ruim 450 euro per dag, maar
heeft goede hoop dat het zonder kan. 'Bestuursdwang heeft
weinig zin', zegt de huidige burgemeester, M. Lantinga. 'We
hebben liever dat ze het geld uitgeven aan goede
brandblussers.'